
De herfst is begonnen. Buiten worden de dagen korter, de bladeren krijgen langzaam hun warme kleuren en binnen verschijnen de eerste stoofpotten, ovenschotels en borrelplanken weer op tafel. Ook in het wijnglas mag het daarom allemaal nét iets voller en warmer worden.
Maar welke rode wijn kies je?
In plaats van steeds naar dezelfde bekende fles te grijpen, is de herfst een mooi moment om eens een andere druif te ontdekken. Van sappig en kruidig tot krachtig en complex: iedere rode druif heeft zijn eigen karakter.
Wij zetten vijf rode druiven op een rij die uitstekend passen bij het najaar.
Tempranillo: warm en kruidig uit Spanje
We beginnen in Spanje met Tempranillo. Deze druif speelt onder andere een belangrijke rol in bekende wijngebieden zoals Rioja en Ribera del Duero.
Tempranillo kan verschillende stijlen wijn opleveren. In jonge wijnen proef je vaak veel rood en donker fruit, zoals kersen en pruimen. Bij wijnen die op hout hebben gerijpt kunnen daar aroma’s van vanille, kruiden en specerijen bij komen.
Juist die warme smaken maken Tempranillo heerlijk tijdens de herfst.
Wat eten we erbij?
Denk aan tapas, geroosterd vlees, gehaktballetjes in tomatensaus, oude kaas of een stevige ovenschotel.
Ook naast een goed gevulde herfstborrelplank voelt Tempranillo zich uitstekend thuis.
Sangiovese: Italiaans en gemaakt voor aan tafel
Wie regelmatig Italiaanse wijn drinkt, heeft waarschijnlijk al eens Sangiovese geproefd. Het is de belangrijkste druif achter veel wijnen uit Toscane, waaronder Chianti.
Sangiovese staat bekend om zijn frisse zuren en aroma’s van kersen, rode bessen, kruiden en soms iets aards.
Het grote voordeel van die frisse zuren? Ze maken Sangiovese bijzonder geschikt om bij eten te schenken.
Tomaat en Sangiovese zijn bijvoorbeeld een prachtige combinatie.
Zet dus gerust een fles op tafel bij lasagne, pasta met tomatensaus, pizza, geroosterde groenten of Italiaanse vleeswaren.
Een uitstekende wijn voor een lange zondagmiddag aan tafel.
Syrah: peper, donker fruit en karakter
Mag het allemaal wat krachtiger? Dan komen we uit bij Syrah.
Deze druif is onder andere beroemd uit de noordelijke Rhône in Frankrijk, maar wordt tegenwoordig op veel plaatsen ter wereld verbouwd. In Australië kom je hem vaak tegen onder de naam Shiraz.
Syrah kan aroma’s hebben van bramen, zwarte bessen, kruiden en zwarte peper. Afhankelijk van herkomst en stijl kan de wijn elegant en kruidig zijn of juist rijk en krachtig.
Dat maakt Syrah een heerlijke keuze wanneer de gerechten in de herfst wat steviger worden.
Probeer hem eens bij stoofvlees, lamsvlees, gegrild vlees of gerechten met paddenstoelen en kruiden.
Grenache: sappig, rijp en verwarmend
Grenache, in Spanje Garnacha genoemd, is een interessante druif voor wie van fruitige rode wijn houdt.
De wijn heeft vaak aroma’s van rijpe aardbei, kers en framboos, aangevuld met kruiden en specerijen. In warmere gebieden kan Grenache behoorlijk vol en rijp worden.
Toch kan de druif verrassend soepel en toegankelijk blijven.
Grenache is heerlijk bij geroosterde groenten, stoofgerechten, worstjes, lamsvlees en mediterrane ovengerechten.
Ook bij gerechten met pompoen, aubergine en paprika kan een sappige Grenache verrassend goed werken.
Nebbiolo: voor wie iets bijzonders wil ontdekken
We sluiten af met misschien wel de meest uitgesproken druif uit dit rijtje: Nebbiolo.
Deze Italiaanse druif is vooral bekend uit Piemonte en vormt de basis voor beroemde wijnen zoals Barolo en Barbaresco.
Nebbiolo kan in het glas relatief licht van kleur zijn, maar laat je daardoor niet misleiden. De wijn kan veel tannines en frisse zuren hebben en behoorlijk krachtig en complex zijn.
Typische aroma’s zijn rode kersen, rozen, kruiden en aardse tonen. Bij ontwikkeling kunnen daar nog veel complexere aroma’s bij komen.
Nebbiolo is fantastisch bij herfstgerechten met paddenstoelen, truffel, langzaam gegaard vlees en stevige kazen.
Dit is niet per se de meest eenvoudige rode wijn uit het rijtje, maar wel eentje waar veel te ontdekken valt.
Welke rode druif past bij jou?
Vind je het lastig om te kiezen? Kijk dan vooral naar wat je lekker vindt én wat er op tafel staat.
Wil je een toegankelijke wijn met kruidigheid? Begin dan eens met Tempranillo.
Drink je graag wijn bij Italiaanse gerechten met tomaat? Sangiovese is een logische keuze.
Mag de wijn krachtiger en kruidiger zijn? Probeer Syrah.
Zoek je vooral rijp fruit en een soepele stijl? Kijk dan eens naar Grenache.
En wil je jezelf uitdagen met een wijn met veel karakter en complexiteit? Dan is Nebbiolo absoluut het ontdekken waard.
De herfst is gemaakt om nieuwe wijn te ontdekken
In de zomer zoeken we vaak naar verkoeling: frisse witte wijn, rosé en lichte rode wijn. In de herfst verschuift dat langzaam naar wijnen met meer kruidigheid, structuur en diepgang.
Dat maakt dit seizoen bij uitstek geschikt om nieuwe rode druiven te proberen.
Zet eens twee verschillende flessen naast elkaar tijdens een diner of borrel en proef het verschil. Misschien ontdek je tussen Tempranillo, Sangiovese, Syrah, Grenache en Nebbiolo wel een nieuwe favoriet voor de komende koude maanden.



