Fris, Vol of Fruitig? Zo kies je de beste witte wijn bij je gerecht
Witte wijn is ontzettend veelzijdig. Waar de één zweert bij een vlijmscherpe, frisse wijn, zoekt de ander liever de zachte, romige kant op. Maar hoe zorg je ervoor dat de wijn ook écht goed smaakt bij wat er op je bord ligt?
Wij helpen we je de weg te vinden in de wereld van wit. Met deze tips kies je nooit meer de verkeerde fles:
Zoek de balans in zuren
De frisheid (zuren) in witte wijn werkt als een soort ‘citroensapje’ over je eten: het verfrist en opent de smaakpapillen.
- Strak & Fris (bijv. Sauvignon Blanc, Gruner Veltliner); de beste keuze bij lichte gerechten zoals salades met geitenkaas, rauwe vis (sushi!) of asperges. De hoge zuurgraad snijdt prachtig door frisse smaken heen.
- Fruitig & Toegankelijk (bijv. Pinot Grigio, Verdejo); dit zijn de ultieme terraswijnen, maar ze doen het ook fantastisch bij lichte pasta’s, borrelplanken met milde kazen en lichte visgerechten zoals gebakken schol of kibbeling.

Romig bij romig: De gouden regel
Soms heeft een wijn meer ‘body’ nodig. Dit zie je vaak bij wijnen die op hout zijn gerijpt.
- Vol & Houtgerijpt (bijv. Chardonnay, Viognier); heb je een gerecht met een romige saus, vette vis (zoals zalm of zeetong) of kip uit de oven? Kies dan voor een volle witte wijn. De boterachtige tonen in de wijn versmelten met de structuur van het eten. Een lichte wijn zou hierbij volledig in het niet vallen.
De uitdaging: Pittig eten
Kies je voor een Aziatisch gerecht of een pittige curry? Vermijd dan wijnen met teveel zuren of een heel hoog alcoholpercentage.
Onze tip: Een lichtzoete witte wijn (zoals een Riesling of Gewürztraminer) is hier de held. Het kleine beetje restsuiker in de wijn blust de branderigheid van de pepers, waardoor de smaken van het gerecht beter tot hun recht komen.